Pensioenadvies voor directeur-grootaandeelhouders DGA

Advies

Wij bieden u professioneel pensioenadvies, gebaseerd op 6 stappen:

  1. inventarisatie
  2. analyse
  3. advies
  4. inkoopbegeleiding
  5. implementatie en communicatie
  6. beheer
Communicatie

Pensioencommunicatie is er in vele vormen: van jaaroverzichten tot chats. De deelnemer is gebaat bij informatie toegespitst op zijn eigen situatie.

 

  • wij stellen de deelnemer centraal
  • wij toetsen de communicatie op het nut voor de deelnemer en op effectiviteit voor het bereiken te beoogde doel
  • wij houden de kosten beheersbaar
Beheer

Pensioenbeheer is onze corebusiness en jij kunt bij ons rekenen op kwaliteit. We hebben een hoge mate van automatisering. Ons administratiesysteem is ontwikkeld vanuit het belang van een efficiënte uitvoering van pensioenadministratie, lage beheerkosten en het snel kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden.

Wij zorgen vanuit een gevoel van partnership, dat jouw dienstverlening op orde is. Jouw belang (en pensioen!) staat voorop.

Consultancy

Als consultant geven wij professioneel advies over pensioen. Als het gaat om het pensioen van jouw bedrijf, jijzelf of een organisatie die door jou geadviseerd wordt, kunnen wij jou ondersteunen. Wij werken als pensioenconsultant voor verschillende doelgroepen.

Naast werkgevers en ondernemers zijn dat bijvoorbeeld:

  • Accountants
  • Advocaten
  • HR-medewerkkers
  • Ondernemingsraden

Pensioen DGA in eigen beheer afgeschaft per 1 april 2017. Wat nu?

Als DGA kun je geen pensioen in eigen beheer meer opbouwen. Dit noemt men het uitfaseren van pensioen in eigen beheer. Wat zijn je opties?

  • pensioenregeling premievrij maken en deze handhaven
  • afkopen van het pensioen
  • kiezen voor omzetting van de pensioenregeling naar een oudedagsverplichting (ODV)
Mogelijkheden met bestaande pensioensvoorziening in eigen beheer

En wat wordt dan het lot van reeds in eigen beheer opgebouwde pensioenen? Voor bestaande pensioenvoorzieningen wordt de mogelijkheid geboden om deze in 2017 – 2018 – 2019 af te stempelen naar de fiscale waarde. Daardoor verdwijnt de dividendklem en is er in zoverre geen belemmering meer voor het uitkeren van dividend. Direct na afstempeling moet het het pensioen worden afgekocht (met korting) of worden omgezet in een spaarvariant bij de eigen B.V. ‘oudedagsverplichting’ (ODV).

Deze DGA’s profiteren ten opzichte van de bestaande regels van een forse tegemoetkoming in de loonbelasting door over het verschil tussen de werkelijke waarde van het pensioen en de (afgeknepen) fiscale waarde geen loonbelasting (max. 52%) en ook geen revisierente (20%) verschuldigd te zijn. Het is niet verplicht om gebruik te maken van deze mogelijkheden; de reeds opgebouwde pensioenrechten mogen ‘pensioen’ blijven en in eigen beheer worden aangehouden.

Met ingang van 1 april 2017 zijn er derhalve 3 keuzemogelijkheden:

  1. Afstempelen naar fiscale waarde + afkoop van het pensioen.
    Afstempen naar fiscale waarde + omzetting in oudedagsverplichting bij de eigen B.V).
  2. Handhaven van het ‘pensioen in eigen beheer’.
  3. Welke keuze het voordeligste is, is niet in zijn algemeenheid te zeggen. Dat moet per DGA worden afgewogen en berekend!
De partner

Keuzemogelijkheden 1 en 2 behoeven schriftelijke goedkeuring van de partner. De gemaakte keuze moet binnen een maand na de dag van afkoop/omzetting middels een formulier aan de Belastingdienst worden gemeld onder opgave van de fiscale en werkelijke (‘commerciële’) waarde(n) van de pensioenvoorziening.

Het heeft lang geduurd voordat de minister enige duidelijkheid heeft verschaft over de positie van de partner, eventuele schenking door de partner bij medewerking aan afstempelen en het moment van en de wijze van compensatie van de partner voor het opgeven van rechten op het (partner)pensioen. Op dit vlak bestaat helaas nog altijd geen volledige duidelijkheid.

De soep lijkt zoals zo vaak minder heet dan wanneer ze werd opgediend. Zo is inmiddels duidelijk dat in gemeenschap van goederen gehuwden het het makkelijkst hebben (geen compensatie van de partner nodig). Bij gehuwden onder huwelijkse voorwaarden is de inhoud van de voorwaarden bepalend voor de vraag of compensatie van de partner nodig is om ‘schenking’ te voorkomen.

Als compensatie nodig is, zijn partners vrij om te bepalen hoe ze dat doen. De compensatie kan bijvoorbeeld gezocht worden in (of een combinatie van) een wijziging van de huwelijksvoorwaarden, door (bij keuze voor afkoop) de afkoopsom te delen, een partnerpensioen te verzekeren bij een verzekeraar, een overlijdensrisicoverzekering te sluiten of door af te spreken dat in voorkomend geval (echtscheiding) compensatie zal plaatsvinden (voorwaardelijke compensatie). Helaas is de partnerproblematiek – ondanks de vele vragen die zijn gesteld – voor een aantal situaties nog niet duidelijk toegelicht.

Afkoop

Voor DGA’s die voor afkoop (=uitkering ineens) kiezen geldt een korting op de grondslag van 34,5% (bij afkoop in 2017, na 31 maart), 25% (2018), 19,5% (2019), waarbij voor de berekening van de korting wordt aangesloten bij de pensioenvoorziening per 31 december 2015 (om anticipatie te voorkomen). Bij een korting van 34,5% op het hoogste tarief van 52% bedraagt de effectieve druk 34%. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel door de Eerste Kamer heeft staatssecretaris Wiebes aangegeven dat voor afkoop van het pensioen geen medische waarborgen door de B.V. hoeven worden gevraagd.

N.B. Het is zeer onverstandig om het pensioen af te kopen voordat de Wet Uitfasering van pensioen in eigen beheer in werking is getreden. Er zal dan sprake zijn van heffing van loonbelasting (max. 52%), vermeerderd met revisierente (20%) over de werkelijke waarde van het pensioen, zonder korting op de heffingsgrondslag.

Oudedagsverplichting (ODV)

Bij keuze voor de oudedagsverplichting wordt de bestaande waarde van de pensioenvoorziening omgezet in de voorziening voor oudedagssparen in eigen beheer en vervolgens jaarlijks tot aan de pensioendatum vermeerderd met een bescheiden rente (“u-rendement”). Vanaf de pensioendatum zal de B.V. vervolgens uitkeringen doen met een looptijd van 20 jaar.

De uitkering in het eerste jaar bedraagt 1/20 van het bedrag van de oudedagsverplichting. In het tweede jaar wordt – rekeninghoudend met afname van de verplichting met het in het voorafgaande jaar uitgekeerde bedrag en met toename door optellen van het u-rendement – de uitkering gesteld op 1/19, etc. De uitkeringen mogen maximaal 5 jaar eerder ingaan dan op de pensioendatum, maar dan moet de uitkeringsperiode met een gelijk aantal jaren worden verlengd.

Ook DGA’s met een reeds ingegaan pensioen in eigen beheer kunnen voor omzetting in de oudedagsverplichting kiezen, hetgeen vaak tot een lagere pensioenuitkering zal leiden (en ruimere mogelijkheden tot dividenduitkering).

Dit zal voor veel DGA’s waar keuze voor afkoop niet mogelijk/gunstig is een goede keuze zijn. Het maken van deze keuze behoeft goedkeuring van de partner (hetgeen in bepaalde gevallen een belemmering zal blijken).

N.B. De oudedagsverplichting kan op elk moment geheel of gedeeltelijk worden afgestort naar een lijfrente bij een bank, verzekeraar of (nieuw m.i.v. 2017) beleggingsinstelling.

Handhaven van het opgebouwde pensioen in eigen beheer

Wanneer niet gekozen wordt (dan wel niet gekozen kan worden, bijvoorbeeld in verband met de partnerproblematiek) voor afkoop van het pensioen of voor omzetting in de oudedagsverplichting betekent dat de handhaving van het reeds opgebouwde (bevroren) pensioen in eigen beheer volgens de regels per 31 maart 2017.

Verdere opbouw van pensioenrechten in eigen beheer is niet mogelijk met ingang van 1 april 2017, waarbij nog wel een coulance-termijn van 3 maanden geldt (eindigend per 1 juli 2017!!). Wel zal jaarlijks de pensioenvoorziening tot aan de pensioendatum nog actuarieel oprenten, dus jaarlijks wat toenemen als gevolg van het dichterbij de pensioendatum komen en eventuele indexatie van opgebouwde pensioenrechten. Er is jaarlijks een actuariele pensioenbetekening nodig. De pensioenklem blijft bestaan. Voor reeds ingegane pensioen in eigen beheer geldt dat de uitkering niet wijzigt als gevolg van de wetswijziging.

Deze variant is denkbaar bij DGA’s die naar een zo hoog mogelijke pensioenuitkering streven en de dividendklem – die in stand blijft – geen belemmering vormt voor dividenduitkeringen. En deze variant zal – tegen wil en dank van de DGA – aan de orde zijn als de (ex-)echtgenote niet meewerkt aan afkoop of omzetting in oudedagsverplichting.

Alternatieven voor opbouw oudedagsvoorziening

Er zijn voor de DGA diverse mogelijkheden om te voorzien in de oudedag. Ik noem:

  • niet meer opbouwen
  • opbouwen via een lijfrenteverzekering/lijfrentesparen/lijfrente-beleggen bij een bank,
    verzekeraar of beleggingsinstelling
  • sparen of beleggen uit netto-loon of dividend (fiscaal in box 3)
  • in de B.V. sparen (fiscaal box 2), en t.z.t. (deels) gaan leven van dividend; deze mogelijkheid noemtStaatssecretaris Wiebes ‘netto-sparen’
  • een pensioenverzekering starten bij een verzekeraar
  • zorgen voor aflossing van de hypotheek (lage woonlasten tijdens pensionering)De verschillende keuzemogelijkheden kennen verschillende fiscale aspecten, waarbij in de afweging rekening moet worden gehouden.

Neem contact met ons op voor vrijblijvend en persoonlijk advies

Heb je vragen over een van onze diensten of heb je een reactie of opmerking voor ons? Dan kun je contact opnemen via onderstaand contactformulier.
Je kunt ons natuurlijk ook bellen of even langs komen op ons kantoor.
We zijn maandag van vrijdag aanwezig van 09:00 tot 17:30.
Ook buiten deze tijden zijn we beschikbaar op afspraakbasis.

We zijn bereikbaar via 045 525 98 97

Maurice Janssen

Maurice Janssen

Pensioenspecialist

Nicole Kusters

Nicole Kusters

Pensioenspecialist

REKENHULPEN – OUDEDAGSVOORZIENING

Doe de pensioenscan (Schildon)
Mijn pensioenoverzicht

Your content goes here. Edit or remove this text inline or in the module Content settings. You can also style every aspect of this content in the module Design settings and even apply custom CSS to this text in the module Advanced settings.

Ga naar uw overzicht

Lijfrenteaftrek - Reserveringsruimte
Hebt u in een jaar premies betaald of stortingen gedaan voor lijfrente?

Met deze rekenhulp berekent u hoeveel betaalde lijfrentepremies en inleg u maximaal mag aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting.

Houd bij het invullen een aantal documenten bij de hand. Dit zijn documenten over het jaar voorafgaand aan het jaar van aangifte. Doet u bijvoorbeeld aangifte over 2015? Houd dan de gegevens van 2014 bij de hand.

Om uw jaarruimte te berekenen, hebt u de volgende gegevens nodig: uw aangifteformulier of een afdruk van uw digitale aangifte uw inkomensgegevens als u in loondienst was of zelf vrijwillig pensioenpremies betaalde: de opgaaf van uw pensioenaangroei die u van het pensioenfonds of de pensioenverzekeraar hebt gekregen.

Wilt u ook uw reserveringsruimte berekenen? (Dit is het niet-benutte deel van de jaarruimtes voor de lijfrentepremieaftrek uit de afgelopen 7 jaar, dat u alsnog geheel of gedeeltelijk kunt gebruiken als u meer premie in aftrek wilt brengen dan u aan jaarruimte hebt.) Dan hebt u ook de gegevens nodig over uw inkomen en uw eventuele pensioenopbouw in de afgelopen 8 jaar.

Rekenhulp

Revisierente lijfrente
Met deze rekenhulp rekent u uit of u minder revisierente kunt betalen.

Normaal gesproken betaalt u 20% van de waarde in het economisch verkeer van een lijfrenteverzekering of van het tegoed van een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht.

Is de uitkomst van de berekening lager dan 20% van de waarde in het economisch verkeer? Dan geldt voor u het lagere bedrag.

Rekenhulp

Actueel nieuws

PENSIOEN MOGELIJKHEDEN NA 2017

Vanaf 1 juli 2017 is het niet langer mogelijk om pensioen in eigen beheer op te bouwen. Welke mogelijkheden zijn er voor de toekomstige pensioenopbouw voor de DGA?

 

Fiscale motieven

 

De opbouw van pensioen in eigen beheer werd vooral door fiscale motieven gedreven. De pensioengedachte zelf stond vaak op de achtergrond. Wat veelal over het hoofd werd gezien was of er daadwerkelijk voldoende middelen aanwezig waren om levenslang pensioen uit te keren. Bijna 60 % van de bv’s bleek namelijk onvoldoende vermogen te hebben om het pensioen te kunnen betalen. Welke mogelijkheden zijn er voor de toekomstige pensioenopbouw voor de DGA?

Optie 1: Vermogen opbouwen in box 3

 

De DGA kan in privévermogen opbouwen in box 3 door te sparen en/of te beleggen. Een nadeel hiervan is dat er een vermogensrendementsheffing betaald moet De belastingheffing is vaak al hoger dan de rente op de spaarrekening, de jaarlijkse inflatie daar nog buiten gelaten. Het voordeel is dat het geld flexibel is op te nemen, zonder voorwaarden.

Optie 2: Pensioen opbouwen in een lijfrentevoorziening        (box 1)

Daarnaast kan de DGA jaarlijks een maximaal bedrag afstorten in een lijfrentevoorziening. De premie dient vanuit het netto-inkomen gestort te worden en kan in mindering gebracht worden op het belastbaar inkomen in box 1 middels de jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting. Tevens kan er een aanvullende verzekering bij overlijden gesloten worden.

 

 

Optie 3: Vermogen opbouwen bij een verzekeraar

Pensioen kan opgebouwd worden door het sluiten van een pensioenverzekering. Dit kan op basis van een middelloonregeling of beschikbare premieregeling, met of zonder garantie op de einddatum. Daarbij kan de DGA zelf bepalen hoe hoog de jaarlijkse premie moet zijn (binnen de fiscale grenzen) en die afstemmen op de liquiditeitspositie van de bv. Hierbij kan er gekozen worden voor een verzekering die ook een overlijdensdekking kent en premievrijstelling voor wanneer u arbeidsongeschikt raakt. Tegenwoordig zijn de DGA pensioenverzekeringen gunstig geprijsd. Een pensioenverzekering heeft de mogelijkheid fiscaal gunstig een hoger pensioen op te bouwen dan een lijfrentevoorziening (optie 2). Een lijfrente kent ten opzichte van een pensioenverzekering meer flexibiliteit in de uitkeringsfase, zoals een tijdelijke uitkering.

 

 

Optie 4: Vermogen opbouwen in de bv

Pensioen kan opgebouwd worden door het sluiten van een pensioenverzekering. Dit kan op basis van een middelloonregeling of beschikbare premieregeling, met of zonder garantie op de einddatum. Daarbij kan de DGA zelf bepalen hoe hoog de jaarlijkse premie moet zijn (binnen de fiscale grenzen) en die afstemmen op de liquiditeitspositie van de bv. Hierbij kan er gekozen worden voor een verzekering die ook een overlijdensdekking kent en premievrijstelling voor wanneer u arbeidsongeschikt raakt. Tegenwoordig zijn de DGA pensioenverzekeringen gunstig geprijsd. Een pensioenverzekering heeft de mogelijkheid fiscaal gunstig een hoger pensioen op te bouwen dan een lijfrentevoorziening (optie 2). Een lijfrente kent ten opzichte van een pensioenverzekering meer flexibiliteit in de uitkeringsfase, zoals een tijdelijke uitkering.